spacer.png, 0 kB






spacer.png, 0 kB
Ellen van Wolde in Trouw. Beetje goedkoop PDF Afdrukken E-mail
Sunday 11 October 2009

We kenden Ellen van Wolde al wel als verzamelaarster van scheppingsverhalen uit antieke en Afrikaanse culturen. Daar schreef ze destijds een leuk boek over. Dat heb ik nog besproken in een leerhuiskring. De manier waarop ze bij haar transfer van Tilburg naar Nijmegen nu Trouw haalt is ronduit droevig. Natuurlijk "kopt" dat wel leuk op de voorpagina van Trouw: "Openingszin Bijbel klopt niet; Nieuwe interpretatie van Hebreeuwse tekst Genesis haalt God als schepper onderuit." Zulke kreten doen het natuurlijk wel! Het gelovige klootjesvolk heeft zich voor de zoveelste keer in de luren laten leggen. En nu wordt het geloof eindelijk aan zichzelf ontdekt als achterhaald. Waarom zo'n compilatie van halve waarheden in De Verdieping (Trouw donderdag 8 oktober pg. 26v)? Waarom zo'n onhandig artikel van Lodewijk Dros, die zich duidelijk vertilt en niet genoeg boven de stof staat om hier überhaupt over te kunnen schrijven!

Van Wolde laat het voorkomen alsof ze het licht heeft gezien. Het Hebreeuwse werkwoord bara (ברא) zou scheiden betekenen in plaats van scheppen. Alles was er al als ruwe chaotische stof voordat God daarin ordenend ging optreden. Is de exegeet van  Wolde vergeten op het zinsverband te letten? Daar staat: "In den beginne schiep God de hemel en de aarde." En direct daarna vers 2: "De aarde nu was woest en ledig (tohoe wabohoe) en duisternis lag op de vloed (in de oude vertaling 'op de afgrond'), en de Geest Gods zweefde over de wateren." Voilà! Daar heb je de eeuwige materie. De stof was er al. God broedt het alleen maar uit. De Geest zweeft als een duif boven de ruwe ongevormde massa. Al scheppend en scheidend ontstaat er ruimte waar je kunt staan en ademhalen. God scheidt licht van duisternis, water boven de hemelkoepel van water op en onder de aarde, de zee van het droge... Het is al sinds jaar en dag bekend dat scheppen ‘scheiden' is. De theoloog O. Noordmans heeft daarover al lang geleden mooie dingen gezegd. We moeten niet net gaan doen alsof we plotseling iets nieuws hebben gezien. Over het werkwoord bara is reeds een bibliotheek volgeschreven. Het is niet een zaak van nieuwe wetenschappelijke feiten, maar van interpretatie. Ook kun je niet zomaar zeggen dat bara scheiden betekent, zonder het woord af te grenzen tegen het werkwoord badal (בדל) in vers 4 dat de exacte betekenis heeft van scheiden (separate). Als de bijbelschrijver had willen zeggen dat God de hemel van de aarde ‘scheidde', dan had hij dit woord ongetwijfeld gebruikt. Als bara voor hem zoveel betekende als ‘scheiden', waarom gebruikt hij dan niet een voorzetsel als bijv.  בֵין (tussen; scheiding maken ‘tussen' ... en ‘tussen' ...). Van Wolde schijnt ook te vergeten dat de bijbel niet begint in Genesis 1 maar in Genesis 12. Israël heeft eerst zijn geschiedenis te boek gesteld en zich vervolgens afgevraagd of de Heer van de geschiedenis wellicht ook de oorsprong van de kosmos is! Het woord bara (dat natuurlijk een voorgeschiedenis heeft in de oude Semitische talen) wordt in Genesis gebruikt om God aan het begin te stellen. Dat is geen zaak van taalkunde, maar een zaak van filosofie. Altijd al hebben de theologen geworsteld met de precieze betekenis van Gods scheppend handelen. Is er zoiets als de eeuwige materie (Aristoteles) of was er niets voor-gegeven, een schepping uit het niets: creatio ex nihilo? Als de theoloog kiest voor het standpunt van de creatio ex nihilo dan sluit hij uit dat er buiten God om iets bestaat. Zou dat wel het geval zijn, dan is het namelijk zinloos om over God te praten. Hij is niet exclusief meer en dus bijkomstig en niet de bron van al wat is en leeft. Van Wolde doet ook alsof ze eindelijk het antwoord heeft gevonden op de scheppingsteksten bij Jesaja (Jesaja gebruikt ook het woord bara). Daar valt ook wel wat meer over te zeggen. Als we ervan uitgaan dat er buiten God om niets bestaat, dan kan ook de duisternis en het kwaad niet buiten Hem om bestaan. Er is een theologie die met dit gegeven klaar komt. De mystici hebben bij hun zoektocht naar God altijd al weet gehad van de ‘donkere nacht van de ziel'. Luther sprak over de deus absconditus (de verborgen God). Jacob Böhme, de grootste mysticus van het avondland sprak over een Ungrund (afgrond of diepte) in God. Op onnavolgbare wijze heeft Paul Tillich dit concept verder uitgewerkt in de twintigste eeuw. Er is niet alleen Grond in God, maar ook diepte. Rudolph Otto zou dat het ‘mysterium tremendum' genoemd hebben. God is niet alleen liefde en lieflijk, maar ook ontzagwekkend. Laten we niet zo bang zijn voor een ‘dialectische negativiteit' in God Zelf! En stel dat naast God de materie er ook altijd geweest is. Laten we daar de filosoof Alfred North Whitehead dan eens op bevragen. Die leerde aan het begin van de vorige eeuw dat alle dingen van meet aan een binnen en een buitenkant hebben. Procesfilosofie of procestheologie noemen we dat. God is als het ware een creatieve trekkracht naar voren in de eeuwige materie. Als van Wolde daar meer over weten wil, moet ze maar eens bij haar Nijmeegse collega Palmyre Oomen te rade gaan. Dat gaat even iets dieper dan een plat evolutionisme dat alleen let op het blinde toeval en constateert dat God dus niet bestaat. Als Knevel kiest voor een genuanceerder visie dan dat van het creationisme dan doen we dat niet lachend af. Er is wel even iets meer. Hij kiest de moeilijkere weg en dat is loffelijk. Ik vind het onvoorstelbaar als je zoveel durft zeggen in een artikel en tegelijk zoveel ongenoemd laat of (erger) niet weet. Eigenlijk is dit helemaal geen stof voor de krant. Het blijft bij halve waarheden en sensatiebeluste kretologie van een journalist. De argeloze lezer wordt er volledig door in verlegenheid gebracht of zegt tijdens het krantlezen grijnzend tegen zijn vrouw: Zie je wel... ze hebben er altijd al naast gezeten! In de laatste zin van het artikel zegt van Wolde: Ik beschouw mezelf als een gelovige, en die Schepper was me dierbaar, als een notie van vertrouwen. Dat vertrouwen wil ik bewaren." Welnu, dat doet ze niet op deze manier. Zo'n stuk in de krant is niet pastoraal. Pastoraal is het als je mensen wijst op Psalm 121 vers 2: "Mijn hulp is van de Here, die hemel en aarde gemaakt heeft." Het is niet toevallig dat het vertrouwen hier gekoppeld wordt aan de Scheppersmacht van God. Daarvan getuigt ook het lied: "Die wolken, lucht en winden, wijst spoor en loop en baan, zal ook wel wegen vinden, waarlangs uw voet kan gaan." (Liedboek Gezang 427:1) Triest zo'n artikel. De predikanten kunnen de rommel weer opruimen. De eerste vragen aan mijn adres zijn al binnen. Maar goed... we zullen het artikel in The Journal of the Study of the Old Testament afwachten. Hopelijk is van Wolde daar genuanceerder dan in Trouw.

tags: van Wolde, bara, scheppen, schepper

 

spacer.png, 0 kB

spacer.png, 0 kB

spacer.png, 0 kB
spacer.png, 0 kB