spacer.png, 0 kB






spacer.png, 0 kB
Als een vis in het water PDF Afdrukken E-mail
Tuesday 20 October 2020
Als een vis in het water

Een gedenkdag in onbruik geraakt
Zaterdag 31 oktober is het Hervormingsdag. Toen ik in 1988 in Harderwijk kwam, werden er door de Christelijke Gereformeerde Kerk, de Hervormde kerk (Geref. Bond) en de Gereformeerde kerk altijd nog diensten gehouden op 31 oktober. Dat waren diensten met drie ‘heren’. Er was een predikant voor de liturgie, één voor de preek en één voor het grote gebed. Daarvan werd een keurig roostertje bijgehouden.  Een van de plaatselijke kerkkoren gaf acte de presence.
Er werd een thema gekozen en er werd een serieuze voorbereiding aan de dienst gegeven. Ik werd daar altijd voor uitgenodigd en vraag me nog steeds af waarom dat was. Omdat ik de meest confessionele van mijn collega’s was of omdat ik geacht werd veel van kerkgeschiedenis af te weten? In de meeste PKN-gemeenten wordt vandaag de dag echter niet of nauwelijks meer aandacht geschonken aan het gedenken van de Reformatie. Misschien is men er een beetje van teruggekomen omdat veel Hervormingsdiensten in het verleden ontaardden in een zich afzetten tegen de katholieke traditie. En dat is natuurlijk volstrekt ongepast omdat in die kerk de misstanden van toen niet meer aan de orde zijn. Intussen is het eigenlijk best zinvol om een gedenkdag te vieren waarop men bepaald wordt bij de eigen historische wortels. Dat versterkt de identiteit van de beweging waarvan men deel uitmaakt. Per slot van rekening… waar zouden de socialisten blijven zonder hun 1 mei-vieringen? Nietwaar?

Luther
Het is wel grappig hoe de dingen kunnen lopen. In ons calvinistische landje kwam Maarten Luther in ieder geval één keer per jaar op het tapijt. Dat gebeurde dan rond Hervormingsdag met dat mooie verhaal over die student en zijn gelofte tijdens het onweer, de latere augustijner monnik en de hoogleraar die het opnam tegen een verworden Rooms Katholieke Kerk. De 95 stellingen die hij spijkerde op de deur van de slotkapel in Wittenberg! Ik heb het verhaal – dat weet ik nog – als ‘kwekeling’ op de lagere school in geuren en kleuren verteld. De kinderen konden de hamerslagen bijna horen. De rest van het jaar ging het in kerk en school over Johannes Calvijn. Maar nu we een PKN hebben, zijn we samengegaan met de Lutherse Kerk. De Lutherse confessies waaronder de beroemde Augustana (de confessie van Augsburg) behoren nu zelfs tot onze belijdenisgeschriften. Zie artikel 1 van de kerkorde van de PKN. Eindelijk zitten Maarten Luther en Johannes Calvijn bij ons naast elkaar in de kerkbank. Toch sluit ik maar aan bij de oude traditie en voer Luther op in een poging om de betekenis van de Reformatie opnieuw te achterhalen. In zijn psalmencommentaar zegt hij bij Psalm 84:4 “Wat voor het vee de weide is, voor de mens het huis, voor de vogel het nest, voor de gems de rots en voor de vis de stroom, dat zijn de Heilige Schriften voor de gelovige ziel.”

Het Woord van God
Wat maakte Luther tot de ‘David van de religieuze revolutie’ (Will Durant). Dat was de enorme hernieuwde concentratie op de Bijbel als het Woord van God. Met zijn mooie beeldspraak hierboven maakt Luther duidelijk dat Gods Woord de habitat (natuurlijke leefomgeving) is van de gelovige. Als een vis niet in het water kan leven gaat hij dood. Die boodschap was bepaald niet overbodig in zijn tijd. De Rooms Katholieke Kerk van toen was op zijn minst nogal vervreemd geraakt van de Bijbelse boodschap. Theologen aan de universiteiten waren drukker met Aristoteles dan met de uitleg van de Bijbel. Als de kerkganger zijn of haar heilige hostie gekregen had, was het wel goed. Een aan magie grenzende praktijk zonder onderliggende Bijbelkennis bij de gelovige. Dat gaf de priester een machtspositie van jewelste. De bisschoppen woonden in paleizen. Kerkvorsten waren drukker met opdrachten aan kunstenaars dan met armenzorg. Er was een grote accumulatie van geld en goed op kerkelijk erf, niet gecorrigeerd door enig profetenwoord of apostolisch vermaan. Men hechtte grote waarde aan de traditie. Dat is wat de paus ex cathedra dus vanuit zijn bisschopszetel sprak. Maar de Bijbelse uitlegkunde – het steeds weer opnieuw vragen naar Bijbelse richtlijnen – schoot erbij in. Dat heeft de Rooms Katholieke Kerk later wel bijgesteld met name in het concilie van Trente, maar toen was de Reformatie al een feit. Luther werd de David van een religieuze revolutie waarin de Bijbel als Boek van God weer in het midden kwam te staan.

Het uitwendige en het inwendige Woord
Ook naar een andere kant toe moest de Reformatie opnieuw aandacht vragen voor de Bijbel. Er waren stromingen waarin meer waarde gehecht werd aan het inwendige Woord (de stem van het hart) dan aan de geschreven tekst van de Bijbel. Wij willen niet ontkennen, dat God onmiddellijk en zonder tussenkomst van wat dan ook en wie dan ook duidelijkheid, vastigheid en vertrouwen kan geven in ons hart. Dat is het werk van de Heilige Geest. Echter… Gods Woord en de Heilige Geest horen bij elkaar. Je moet wel steeds kijken of het inwendige Woord in je hart overeenkomt met het Bijbelse getuigenis. Er zijn altijd gelovigen geweest die zichzelf losgezongen hebben van de Bijbel: het - zeg maar - ‘enthousiaste Christendom’ (een term van Hollenweger), geestdrijvers en dwepers, doperse ketterijen en Pinkster­extremisme. Als we niet steeds teruggrijpen naar de Bijbel dan kunnen we met de Geest behoorlijk aan de haal gaan. Ook daar geldt: De Bijbel opnieuw in het midden! De Bijbel, niet als het boek met bewijsplaatsen bij je eigen mening, maar als het levende Woord van God, dat ons bestaan onder de kritiek stelt van Zijn boodschap.

Als een vis in het water
We leven in een tijd waarin de organisatie­deskundigen ons voorhouden dat je een punt op de horizon nodig hebt. Maar je komt ook ergens vandaan. Dat is niet onbelangrijk. Als wij recht willen doen aan onze afkomst, dan zullen wij vragen naar de plaats van de Bijbel in ons midden. Gods Woord is als de kompasnaald die ons de goede richting wijst. Dat wil zeggen dat de Bijbel richtinggevend is bij alle nieuwe problematiek die op onze weg komt. Als we recht doen aan 31 oktober, dan dienen wij ons af te vragen of er instanties zijn, die voor ons belangrijker zijn geworden dan Gods Woord. Dan dienen wij onszelf af te vragen of we niet aan de haal gegaan zijn met onze eigen zogenaamd christelijke overtuiging. Dan dienen wij ons af te vragen of het Bijbelgebruik in ons leven nog wel de belangrijkste rol speelt – of de Bijbel ons nog wel bij Jezus Christus brengt. Wie bidt om de Geest en leest in Gods Woord kan met een gerust hart 31 oktober vieren. Zo iemand voelt zich als een vis in het water.
 
Column

Dat moet je willen geloven…

De memo van Pieter Omtzigt voor de commissie Spies ligt op straat. Inmiddels heeft hij zijn lidmaatschap van het CDA opgezegd met behoud van eigen zetel. Hij gedroeg zich als klokkenluider binnen de politiek en het lot van een klokkenluider is gewis. Een profeet is niet geëerd in zijn vaderstad. In een oud geschrift over Jesaja wordt verteld hoe hij aan zijn einde kwam. Ze stopten hem in een holle boom en lieten de boom omzagen. Er is immers niks mis met het omzagen van een boom!

In zijn memo zet Omtzigt uiteen wat inmiddels ‘macht en tegenmacht’ is gaan heten. Er rammelt nogal wat in de vaderlandse politiek. De besluiten worden op de verkeerde plaatsen genomen in gremia die informeel zijn, geen grondwettelijke basis hebben en nochtans structureel zijn geworden. De ‘achterkamertjes’ dus waar de Kamer geen vat meer op heeft. De memo noemt op pagina 10: het maandagmorgen coalitie overleg en het Catshuisoverleg. Voorts noemt Omtzigt de ‘fabriek van akkoorden’: het klimaatakkoord, het preventieakkoord en het pensioenakkoord. Het klimaat bijv. wordt afgekaart  aan de klimaattafels waar groepen lobbyisten zich sterk maken en de Kamer moet slikken of kan stikken. Steeds meer moeilijke zaken wordt afgedaan aan de ‘tafels’ van lobbyistengroepen. Waar blijft bij al die akkoorden de controlerende taak van de Kamer? En dan is daar ook nog het verpolitiseren van de rechtspraak. Bijvoorbeeld het arrest van de Hoge Raad in de zaak Urgenda. Lobbyisten proberen hun politieke punt te maken via de rechter. Een veeg teken dat de politiek niet meer in staat is tot de voor de democratie zo belangrijke en levensnoodzakelijke ‘zelfcorrectie’.

Het vertrouwen in de politiek heeft een deuk opgelopen. Wie gelooft er nog in een overheid die het belang van allen zoekt? De geloofwaardigheid van de politiek is in het geding. En toch is dat wel waar de Bijbel en de belijdenisgeschriften (Romeinen 13:1-7; artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis over het ambt van de overheid). Het afgeleid gezag dat over ons gesteld is, moet gerespecteerd worden als door God gegeven. Immers wat is het alternatief? Chaos alom en het recht van de sterksten die doen wat goed is in hun ogen. Als het nog een beetje kan, moet je vertrouwen houden in de integriteit van de overheid. Dat is een zaak van geloof. Dat de overheid het beste met de burger voor heeft... dat moet je willen geloven. Ds. Aad Woudenberg

lees verder...
 
Meest recent
Meest gelezen

spacer.png, 0 kB

spacer.png, 0 kB

spacer.png, 0 kB
spacer.png, 0 kB